Recensie: Claire Baglin – Werken voor de kost

Claire Baglin - Werken voor de kost

Tijdens een ritje over de snelweg zie je constant lonkende borden van fastfoodrestaurants. Vooral voor kinderen is een eerste bezoek aan zo’n keten een magisch moment. Voor de mensen die er werken is er vaak niet zo heel veel magie te vinden. In Werken voor de kost laat Claire Baglin beide kanten van de medaille zien.

Ook dit verhaal begint met een bezoek aan zo’n restaurant op de laatste dag van een vakantie. De geuren en kleuren, het assortiment en de speeltjes die je bij een kindermenu krijgt, maken grote indruk op de hoofdpersoon en haar broertje. Tegelijkertijd volg je het verhaal waarin de verteller zelf aan de slag gaat bij zo’n restaurant.

Met een interessant soort naïviteit volg je als lezer zowel de verhalen uit de jeugd van de verteller als de dagelijkse werkzaamheden in het fastfoodrestaurant. Wat het interessant maakt, is dat er geen oordelen zijn ook al zie je als lezer dat dingen niet altijd perfect zijn. Bij het werk in zo’n restaurant kun je waarschijnlijk zelf het een en ander invullen, maar het dagelijks leven van de verteller als kind doet je af en toe je mond van verbazing openvallen.

Poëtisch

Ondanks alle negatieve zaken in het boek, blijft de verteller (helemaal achterin het boek blijkt ze Claire te heten) met een positieve en open blik naar de wereld kijken en deze ook op die manier observeren. Dat resulteert in opvallende zinnen waarin met regelmaat heel veel tegelijkertijd gebeurt. Simpele en repeterende handelingen achter een friteuse krijgen op die manier iets poëtisch. Ook zitten de beschouwing vaak vol met een mooi soort humor.

Werken voor de kost is een bijzonder debuut, waarin we een kijkje krijgen in een wereld die niet voor iedereen te begrijpen is of juist heel herkenbaar is. Het hangt er maar net vanaf hoeveel vinkjes je op de Luyendijk-schaal mag zetten.