In de regio’s Appenzell Hinterland en Midland in Zwitserland vindt jaarlijks een bijzonder winterritueel plaats: Silvesterklausen. De Amerikaanse schrijver en regisseur Andrew Norman Wilson legde deze traditie vast in een korte film die onder andere te zien was op het International Film Festival Rotterdam (IFFR). In de film onderzoekt Wilson hoe groepen mannen en jongens gehuld in handgemaakte kostuums de grens tussen mens, natuur en folklore opzoeken.
Twee kalenders, één traditie
Het fenomeen Silvesterklausen is uniek, omdat het op twee verschillende dagen wordt gevierd: 31 december en 13 januari. Dit komt doordat de regio zowel de Gregoriaanse als de oude Juliaanse kalender aanhoudt voor de jaarwisseling. In de 16de eeuw weigerde de protestantse bevolking van Appenzell de kalenderhervorming van de paus te accepteren, waardoor ze tot op de dag van vandaag vasthouden aan hun eigen ‘Oude Oudejaarsavond’.
Tijdens deze dagen trekken groepen van zes mannen, de zogenaamde Kläuse, van boerderij naar boerderij. Ze voeren meerstemmige jodelgezangen uit en luiden zware koeienbellen om het nieuwe jaar in te luiden. Hoewel de traditie al minstens 500 jaar bestaat, blijft de exacte herkomst een raadsel. Wilson merkt hierover op: “Het ritueel wordt al minstens 500 jaar uitgevoerd, maar niemand weet hoe of waarom het begon.”
Handwerk en de drie stijlen van de Kläuse
De visuele kracht van het Silvesterklausen zit in de kostuums, die door de deelnemers zelf worden vervaardigd. Sommige hoofddeksels zijn zo gedetailleerd dat ze lijken op miniatuurpraalwagens. Wilson brengt de drie specifieke stijlen nauwkeurig in beeld:
- De Schöne (De Schone): Zij dragen rijkversierde klederdracht en enorme hoofddeksels met daarop scènes van het dagelijks leven in de regio, volledig met de hand gesneden en beschilderd.
- De Schö-Wüeschte (De Mooie Woeste): Deze groep combineert esthetiek met ruwe natuurkracht. De kostuums zijn opgebouwd uit natuurlijke elementen, maar met een verfijnd oog voor compositie.
- De Wüeschte (De Woeste): Rauwe verschijningen gemaakt van organische materialen zoals dennenappels, mos, takken en boomschors. Volgens Wilson zien zij eruit “alsof ze rechtstreeks uit de aarde zijn herrezen”.
In de kleine, hechte gemeenschappen biedt het dragen van deze maskers een zeldzame vorm van anonimiteit. Bekende dorpsgenoten transformeren voor even in onherkenbare figuren.
Een fysieke uitputtingsslag
Het meedoen aan de Silvesterklausen is een serieuze verbintenis. De deelnemers bereiden zich ruim een maand intensief voor, wat in de regio bekendstaat als de ‘Klaus-koorts’. De groepen bestaan uit mannen die dit vaak van jongs af aan doen. “Ze gaan door totdat de leden te oud zijn om de fysieke tol van de 18-urige dagen te weerstaan,” legt Wilson uit.
Naast de zware kostuums dragen de mannen enorme bellen. De grotere bellen (Schellen) worden op de borst en rug gedragen, terwijl de kleinere (Rollen) aan riemen hangen. Het voortdurende luiden en het meerstemmige jodelgezang, de zogenaamde Zäuerli, vereisen een enorme conditie.
Sociale cohesie en warme wijn
Het ritueel gaat dieper dan alleen een visueel spektakel. Terwijl de Kläuse door de dorpen trekken, verbinden ze de huizen letterlijk met rode draden. Dit gebaar dient als een symbolische verbinding tussen de bewoners en versterkt de sociale cohesie. Volgens Wilson bouwen de deelnemers door de jaren heen “significante onderlinge banden” op door de gedeelde ontberingen en tradities.
Wanneer de groepen bij een huis aankomen, worden ze verwelkomd door de bewoners. Er wordt warme wijn geschonken om de lichamen warm en de moraal hoog te houden tijdens de ijzige winterdagen. Wilson vangt deze dynamiek tussen de rauwe natuur, het zware handwerk en de sociale verbinding in een film die de kijker meeneemt naar één van de meest raadselachtige en visueel zeer interessante tradities van Europa.

📬 Niets missen van Mixed Grill?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang één keer per maand de beste tips over kunst, cultuur, reizen en lifestyle direct in je inbox.
